zwangerschapsverlof de wet |
| zwangerschapsverlof de wet zwangerschapsverlof vrouw zwangerschapsverlof man zwangerschapsverlof uwv zwangerschapsverlof berekenen zwangerschapsverlof aanvragen zwangerschapsverlof zelfstandige |
In
welke wet is het recht op zwangerschapsverlof Artikel 1. Wazo zwangerschaps/bevallingsverlof De tekst van de wet: 2. Het recht op zwangerschapsverlof bestaat vanaf zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, zoals aangegeven in een aan de werkgever overgelegde schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag van de bevalling. Het zwangerschapsverlof gaat in uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling. 3. Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten weken vermeerderd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof tot en met de vermoedelijke datum van bevalling, dan wel, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum van bevalling, minder dan zes weken heeft bedragen. 4. Voor de toepassing van het derde lid worden dagen waarover de vrouwelijke werknemer op grond van artilel 29 a, lid 2 van de ziektewet ziekengeld heeft genoten in de periode dat zij recht heeft op zwangerschapsverlof, maar dat verlof nog niet is ingegaan, aangemerkt als dagen waarover zij zwangerschapsverlof heeft genoten. Kijk ook verder op zwangerschapsverlof berekenenArtikel 3.3.Wazo. In artikel 3.3 staat de melding bij zwangerschap, het opnemen van het zwangerschapsverlof en de uiteindelijke bevallingsdatum De tekst van de wet: De vrouwelijke werknemer meldt aan de werkgever: a. de dag met ingang waarvan zij het zwangerschapsverlof opneemt uiterlijk drie weken voor die dag; b. haar bevalling uiterlijk op de tweede dag volgend op die van de bevalling. Kijk ook verder op zwangerschapsverlof aanvragen Artikel 3.11. Wazo betreffende de zwangerschapsverklaring De tekst van de wet: 1. De vrouwelijke werknemer of gelijkgestelde, die in aanmerking wenst te komen voor toekenning van een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling doet de aanvraag daartoe door tussenkomst van de werkgever bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (uwv) uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschapsverlof onderscheidenlijk de datum waarop zij het recht op uitkering wil laten ingaan. Bij die aanvraag wordt gemeld: a. de vermoedelijke datum van bevalling, onder overlegging van de verklaring van een arts of van een verloskundige waarin die datum is aangegeven; b. de datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat dan wel de datum waarop de gelijkgestelde het recht op uitkering wil laten ingaan. |
Artikel 4.5 Arbeidstijdenwet 1.
De arbeid
van een zwangere werknemer wordt zodanig ingericht, dat rekening wordt
gehouden
met haar specifieke omstandigheden. De werkgever voldoet, met
inachtneming van
het tweede tot en met vijfde lid, aan de voor hem uit de eerste volzin
voortvloeiende verplichting binnen een redelijke termijn nadat een
verzoek
daartoe door de zwangere werknemer is gedaan. Bij dit verzoek wordt
desgevraagd
een schriftelijke verklaring overgelegd van een geneeskundige of een
verloskundige
waaruit blijkt, dat de betrokken werknemer zwanger is. 2.
De
zwangere werknemer heeft het recht de arbeid af te wisselen met
één of meer
pauzes buiten die bedoeld in artikel 5:4 of de bij of krachtens artikel
5:12
voorgeschreven pauzes. Deze extra pauze onderscheidenlijk pauzes
bedragen
tezamen ten hoogste één achtste deel van de voor
haar geldende arbeidstijd per
dienst. De in de vorige volzin bedoelde pauzes gelden voor de
toepassing van
deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd. 3.
De
zwangere werknemer heeft het recht arbeid te verrichten in een
bestendig en
regelmatig arbeids- en rusttijdenpatroon. 4.
De
zwangere werknemer van 18 jaar of ouder kan niet worden verplicht meer
arbeid
te verrichten dan: a.
10 uren
per dienst; b.
gemiddeld
50 uren per week in elke periode van 4 aaneengesloten weken, en c.
gemiddeld
45 uren per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken. 5.
De
zwangere werknemer kan niet verplicht worden arbeid te verrichten in
nachtdienst, tenzij de werkgever aannemelijk maakt dat dit
redelijkerwijs niet
van hem kan worden gevergd. 6.
De
werkgever stelt de zwangere werknemer in de gelegenheid de
noodzakelijke
zwangerschapsonderzoeken te ondergaan. Zij behoudt haar aanspraak op
het naar
tijdruimte vastgesteld loon, indien zij door het bedoelde
zwangerschapsonderzoek verhinderd is geweest haar arbeid te verrichten. 7. Elk beding waarbij ten nadele van de zwangere werknemer wordt afgeweken van het eerste tot en met zesde lid, is nietig. Artikel 4.6 ArbeidstijdenwetDe werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat een vrouwelijke werknemer: a. geen arbeid verricht binnen 28 dagen voor de vermoedelijke datum van de bevalling, zoals die is aangegeven in een door de vrouwelijke werknemer aan de werkgever overgelegde schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige waaruit de vermoedelijke datum van bevalling blijkt. Het in de eerste volzin bedoelde tijdvak wordt verlengd met het tijdvak, dat verloopt tussen de vermoedelijke datum van de bevalling en de werkelijke datum van de bevalling; b. geen arbeid verricht binnen 42 dagen na haar bevalling. Artikel 4.7 ArbeidstijdenwetArtikel 4:5, met uitzondering van het zesde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een vrouwelijke werknemer gedurende een periode van 6 maanden na de bevalling. Artikel 4.8 Arbeidstijdenwet1. Een vrouwelijke werknemer, die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste 9 levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken ten einde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven. De werkgever biedt haar daartoe de gelegenheid en stelt, waar nodig, een geschikte af te sluiten besloten ruimte ter beschikking. 2. De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is doch bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de werkgever. 3. De duur van de onderbrekingen, bedoeld in dit artikel, gelden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt. 4. Elk beding waarbij ten nadele van de vrouwelijke werknemer wordt afgeweken van dit artikel, is nietig. Kijk hier verder en ga naar de volgende onderwerpen:zwangerschapsverlof vrouw zwangerschapsverlof man zwangerschapsverlof uwv zwangerschapsverlof berekenen zwangerschapsverlof aanvragen |
|